Goede Manieren

Voor literair (k)wartaaltijdschift De God van Nederland schreef ik een stuk over bediening in de horeca.

Jaipur 

Een van de beste restaurants waar ik ooit heb gegeten was in India. Het lag op ongeveer 20 kilometer buiten Jaipur. Tegen de man die de tricycle bestuurde zei ik: ‘Breng me naar de chef in het bos!’ Hij wist meteen wie ik bedoelde.

Ik herinner me niet meer wat ik daar precies at. Er was geen keuze, er waren alleen maar gangen. Heel vele gangen. Nadat ik was gaan zitten, kwamen er twee uur lang gerechten langs. In rap tempo. Soms (maar niet vaak) hield ik het niet meer bij. De ober stond dan met de volgende gang te wachten, op nog geen meter van mijn tafel terwijl hij emotieloos keek hoe ik kauwde. Er was geen elektriciteit, ik zag alleen zijn ogen op mijn kaken gericht. Het was angstaanjagend, maar het werkte. Ik at koortsig door.

Na het eten vroeg ik of ik de chef mocht spreken. Met tegenzin kwam hij uit zijn keuken gekropen, een soort koepeltje van klei met een gat in het dak voor het vuur. Ik zei: ‘Chef, over de hele wereld heb ik bij de beste restaurants gegeten.’

Dat was toen nog een leugen. Ik wachtte even om mijn compliment extra gewicht te geven.

‘Maar ik heb nog nooit zo lekker gegeten als hier.’

Dat was geen leugen. De chef schudde zijn hoofd bevestigend.

‘Obviously.’

Dubai

Ik sliep in het XVX Art-Hotel, het meest romantische hotel van Dubai en waarschijnlijk het enige zonder verdiepingen. Ik had de bruidssuite geboekt.

Er waren twee patio’s waaronder lappen hingen aan houten balken. Ik was vermoedelijk de enige gast. Ik bestelde een muntthee en gluurde naar de sterren tussen de lappen aan de houten balken. Af en toe liep er een Indiër met een bezem voorbij. Het was laat, tijd om naar mijn kamer te gaan. Ik ging op bed zitten en probeerde wat te lezen. Ik had een huwelijksnacht met mezelf gepland. Er werd op de deur geklopt: roomservice. Bij een huwelijksnacht hoorde roomservice. Hoewel in Dubai sluiers helemaal niet zo verplicht zijn als ik had gedacht, hield het kamermeisje, dat in de deuropening stond en niet had gewacht totdat ik ‘binnen’ riep, haar hand over de helft van haar gezicht. Haar andere hand hield mijn roomservice niet vast, het schoteltje humus dat ik besteld had.

‘Hello sir, I’m Asyana. It’s so nice to meet you. Are you happy here?’

Haar dikke Amerikaanse r verraadde meteen dat ze uit de Filippijnen kwam, maar dat had ik natuurlijk ook kunnen opmaken uit het feit dat ze in het hotel werkte. Want iedereen in Dubaiaanse hotels leek uit de Filippijnen te komen, zoals alle taxichauffeurs Pakistaans waren en alle westerlingen naar en schat in de IT op zoek waren.

‘Yes, I’m very happy. It’s my honeymoon!’

‘I’m glad to hear that. I’m so sorry sir, can I ask you for one thing?

Ze hield nog steeds haar hand stevig over de helft van haar gezicht alsof het er elk moment af kon vallen.

‘Sure!’

‘Very good sir. I’m very sorry, but could I see your bathroom for a minute?’

Ik liep terug naar mijn huwelijksbed, liet met mijn rechterhand het boek op zijn kaft balanceren en opende mijn linkerhand naar de badkamer.

‘Be my guest, Asyana.’

Ze bleef lang in mijn badkamer, maar ik hoorde geen kranen lopen. Misschien probeerde ze de andere helft van haar gezicht te redden, of controleerde ze het badzout en de bevoorrading van de handdoeken. Ik klapte mijn laptop open, klikte een paar programma’s tegelijk open, en deed tegenover de spiegels in de kamer alsof ik nog even hard aan het werk was. Ze bleef lang in de badkamer.

Toen ze we tevoorschijn kwam, hield ze haar hand niet langer over haar gezicht.

‘Thank you sir. You’re so kind. Can I do something for you?’

Ik vroeg naar mijn humus, maar het leek er niet op dat ze er iets mee te maken had, of ze deed alsof ze mijn vraag niet gehoord had. Ze bleef in de deur van de badkamer staan. Ik vond haar mooi.

‘Do you want maybe a massage?’

Ze keem me niet aan. Ik keek naar mijn scherm alsof ik het eerst aan de laptop moest vragen, knikte langzaam en fluisterde ‘thank you’. Terwijl ze haar massage begon, probeerde ik zo snel mogelijk in slaap te vallen, zodat ik niet opgewonden zou worden. Dat lukte niet, dat was me nog nooit gelukt: ik werd opgewonden.

Het was een slechte massage. Ze duwde tegen mijn rug alsof ik op een grill lag en ze niet zeker wist of ik gaar was. Ze zei: ‘it’s okay, sweetie’, toen ze merkte dat ik opgewonden was en verlegde mijn piemel naar de andere kant met twee voorzichtige vingers wanneer ze erbij moest. Ze moest mijn piemel steeds opnieuw verleggen. Daar nam ze de tijd voor.

Het was een slechte massage, maar de seks was goed. Het was geen huwelijksnacht meer. Asyana kwam naast me liggen. Ik keek omhoog, ze keek met me mee. Ze vroeg naar wat voor porno ik keek. Ik gaf geen antwoord. Ze legde de rug van haar hand op mijn buik. Asyana vertelde dat er in Dubai geen porno te vinden was, dat sites soms zelfs geblokkeerd werden terwijl ze ernaar keek. Op dat moment realiseerde ik me dat er een ander mens in mijn huwelijksbed lag. Een ander mens dat zichzelf had uitgenodigd.

‘What’s your zodiac sign?’

‘Pisces’.

Ze vroeg of ik nog een keer wilde. Ik keek van haar lichaam naar haar gezicht, en weer naar haar gezicht. Het waren twee aparte dingen. Ik keek naar de spiegel tegenover het bed en vond mijn gezicht in het donker. Het zag er moe uit. Ik had mijn huwelijksnacht verpest. Ik vroeg waar mijn humus toch bleef.

Ze legde haar handen op het kuiltje in mijn borstkas en gaf me een lief duwtje.

‘you should take a bath’.

Ik nam een bad.

Asyana kwam boven me staan. Ze was niet van plan om erbij te komen en ik realiseerde me dat ik dat eigenlijk helemaal niet wilde.

‘When you take a bath, sweetie, do you stay in there for a long time?’

Ik ben altijd in bad gestapt met de intentie er een eeuw te blijven liggen, maar het lukte me nooit en zag het altijd als een falen. Na vijf minuten word ik onrustig. Dan sta ik op en val meestal bijna flauw.

‘No, not really’.

‘You’re a pisces, sweetie, you don’t belong in still water’.

Montreal

De bediening in Montreal behoort, zoals bekend, tot de beste van de wereld. Ze weten hoe het hoort (Frans), zonder te slijmen (Amerikaans). Na hun dienst gaan ze naar huis om een toneelstuk te schrijven, een onafhankelijke film te regisseren of een jurk te ontwerpen. Of het nou een ober of een serveerster is: ze kijken je altijd aan alsof ze je willen zoenen. Behalve barista’s, die hebben een baard en grommen tegen de espressomachine. Barista’s worden zorgvuldig van de klanten afgeschermd. Ik probeerde een keer een dubbele espresso te bestellen. De serveerster keek angstig naar de barista, die op dat moment de koffiedrap op zijn handen aan zijn schort afveegde en verwilderd naar de melkschuimer staarde. Ze boog over de bar en fluisterde: ‘volgens mij doen we dat hier niet’.

Nadat ik maar een enkele espresso had besteld, ontving ik complimenten over mijn schoenen, stropdas en de stad waar ik vandaan kom. Ik voelde me erg zelfverzekerd, het maakte me extra hongerig. De lunch die ik bestelde was toevallig ook haar favoriete lunch. Het was alsof we voor elkaar gemaakt waren. Ik was verliefd en aaide hongerig mijn bestek.

Ze keek me aan alsof ze me wilde zoenen, maar deed het natuurlijk niet. Dat maakte haar een goede serveerster. Tijdens die lunch ging ik drie keer naar de wc, zodat ik langs de serveerster kon lopen terwijl ze achter de bar stond. Ze wist alles van mij, maar ik wist niets van haar. Dat zou me leren. In de wc spuugde ik en gooide er een papiertje bij, zodat er tenminste iets was om door te trekken.

Mijn Deense gezelschap spoorde me aan om mijn telefoonnummer in de rekening te schrijven. Dat durfde ik niet, dat leek me meer iets voor in een verhaal. In plaats daarvan gaven we een royale fooi. Dat stelde ze op prijs. Ze zei:

‘jullie mogen echt altijd terugkomen!’